Flevoboys

Plezier | Prestatie

ACV – Flevo Boys

zaterdag 1 april 2017, aanvang 14:30 uur
Sportpark Univé

Blijf jij maar thuis pap…

Ik voetbalde altijd in de standaard teams. We praten over zo’n 30 jaar geleden. De glorietijden van Vanenburg en de nadagen van Tjeu la Ling, om maar gelijk even mijn helden van die tijd voor te stellen. In mijn geheugen speelden we altijd vroeg in de ochtend. Of het nou in de tijd van de E1 of B1 was, ik kom aanfietsen door de mist en kan mijn fiets dicht bij het toegangshek zetten van mijn club: vv Lyra. En als het echt slecht weer was, werd ik met de auto afgezet.

Veel fietsen en een groot leeg parkeerterrein

Wat ook in mijn geheugen is blijven hangen, is dat mijn ouders nooit kwamen kijken bij mijn wedstrijden. De reden? Ik heb het ze nooit gevraagd. Misschien was het te vroeg voor ze. Misschien geen interesse of geen tijd? Er waren sowieso nooit veel ouders mee. De trainer en leider reden bij uitwedstrijden en hooguit één vader. Gewoon met z’n vijven op de achterbank. Als we laat waren, kleedden we vast om in de auto. Konden we meteen het veld op.

Wat een verschil met nu. Bij onze Flevo Boys jeugd zie je meer ouders langs de lijn dan spelers in het veld. Daar zijn we natuurlijk trots op. Hartstikke leuk al die aandacht voor de kinderen. Ouders met camera’s, mobieltje om te filmen en gezellig kletsend met elkaar. Zo had het vroeger ook moeten zijn.

Ik zie mijn zoon voetballen. Als hij na een goede actie naar me knikt denk ik, fijn dat we dit samen kunnen delen.

In de mist rijden we richting Meppel waar het team van mijn zoon moet voetballen. Tegenwoordig moeten we een uur voor aanvang van de wedstrijd aanwezig zijn. Ik accepteer dit, maar de nut en noodzaak ontgaan mij volledig. M’n zoon staat wissel. Klote, dacht ik nog, want hij speelt net lekker de laatste tijd. Maar goed, zal zijn beurt zijn geweest en ik zie dat hij er vrede mee heeft. De mist trekt op als de scheidsrechter fluit. De wedstrijd begint.

Misdragen

Ik dacht nog, goeie vent die scheids, komt zelfverzekerd over, beetje fout shirtje, maar ach de goede zal in de was zitten of zo. Deze man begaat meerdere fouten achter elkaar. Blunders die negatief uitvallen voor de thuisploeg en voor Flevo Boys. Mijn buurman ziet het niet, die is meer bezig met schreeuwen naar onze veelal van Turkse afkomst zijnde aanvallers die het vertikken om over te spelen. Als zijn zoon balverlies lijdt, is het natuurlijk de fout van de middenvelder die zich niet aanbiedt. Hij ergert zich groen en geel. Ik probeer mijn andere buurman duidelijk te maken dat dit een moeilijke wedstrijd gaat worden voor de scheidsrechter.

Aan de overkant staan ouders die mijn opmerking in snoeiharde bewoording duidelijk maken. Tot overmaat van ramp gaat onze vlagger en de coaches inmiddels ook tekeer tegen de scheids. Ik begin me te schamen en twijfel of ik naar hen toe moet lopen om het te sussen. Zwak, ik doe het niet.

Fluit voor mijn plezier

De tweede helft breekt aan, als nu ook de zon erbij komt schijnen. Mijn zoon is ingevallen. Klote dacht ik weer, want hij kan totaal niet omgaan met dit soort wedstrijden waar het niet meer om het voetballen gaat. Dan zie ik aan de overkant een oudere man in keurig zwart trainingspak naar onze coaches toestappen en gaat met hen in gesprek. Het mopperen en de ‘hé scheids kijk nou eens uit je doppen’, waren helaas nog niet opgehouden. Hij probeert ouder en leiding tot kalmte te manen.

Het kwaad is echter geschied. De scheidsrechter geeft (terecht) een rode kaart aan de ene coach. Een applaus van het thuispubliek volgt. De jongens in het veld kijken ernaar. Hoofdschuddend, zo van, ‘is dit allemaal nodig’. Natuurlijk gaan ze mee in de negatieve spiraal van de wedstrijd. De slechte scheids en de aantijgingen die hij naar zijn hoofd geslingerd krijgt van inmiddels alle kanten van het veld.

Ik kan het me goed voorstellen dat mensen zo reageren. Sterker nog, ik zou hoogst waarschijnlijk ook de mist in gaan met zo’n scheids. 

De man in het nette trainingspak schiet ik aan als iedereen na de wedstrijd met gebogen hoofd naar de kleedkamer loopt. “Dit was niet best. Van de scheidsrechter niet, maar ook zeker het optreden van de ouders.” Hij zei: “Ik kwam hier naar mijn zoon kijken. Hij vindt het namelijk leuk om na een wedstrijd tijdend een bakkie koffie met mij over de wedstrijd te praten. Ik heb zelf namelijk ook mijn hele leven gefloten.” Ik schud hem snel de hand en lieg tegen hem dat mijn zoon op me staat te wachten.

Zonder ouders

M’n zoon en ik rijden samen terug de polder in. “Wat een gedoe was dat met die scheids en ouders he?” Al vragend probeer ik een verstandig gesprek op gang te krijgen. Het lukt niet. Hij is te teleurgesteld over het verlies, maar vooral het plezier die wederom ontbrak. “Ik heb er zo weinig zin in. Ik wil gewoon lekker voetballen. Tikken met elkaar. Dan maar geen wedstrijden meer. Alleen trainen of zo”, zegt hij zacht.

We rijden de straat in van thuis als hij besluit: “Misschien moeten ouders gewoon thuisblijven. Geen ouders meer langs de kant die schreeuwen. Kunnen wij gewoon voetballen. Ouders zetten ons af bij Flevo Boys en meer niet. Kan jij dat regelen pap?”

Door Pim Meijer - 27 september 2015